godheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • god·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van god met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord godheid godheden
verkleinwoord godheidje godheidjes

Zelfstandig naamwoord

godheid v

  1. (religie) een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
    • Een afbeelding van een godheid. 
  2. (figuurlijk) een expert op een bepaald gebied
    • Hij is een godheid op het gebied van hogere wiskunde. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie