gluconaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glu·co·naat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gluconaat gluconaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gluconaat o

  1. (scheikunde) een ester of zout afgeleid van gluconzuur
    • Een gluconaat bevat ofwel het ion HOCH2(CHOH)4COO- ofwel een functionele groep HOCH2(CHOH)4COO-. 
Verwante begrippen
Carbonzuren in het Nederlands
mierenzuurazijnzuurpropionzuurboterzuurvaleriaanzuurcapronzuurcaprilinezuurcaprinezuurlaurinezuurmyristinezuurpalmitinezuurstearinezuurarachidezuur
Carbonzure zouten en esters in het Nederlands
formiaatacetaatpropionaatbutyraatvaleriaatcapronaatcaprylaatcapraatlauraatmyristaatpalmitaatstearaatarachidaat
Vertalingen

Gangbaarheid