gloedvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gloed·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gloedvol gloedvoller gloedvolst
verbogen gloedvolle gloedvollere gloedvolste
partitief gloedvols gloedvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

gloedvol

  1. met veel gloed
    • De leraar hield een gloedvol betoog over het belang van de lessen die hij gaf. 

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.