globalist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glo·ba·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord globalist globalisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

globalist m

  1. iemand die streeft naar globalisering
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be