globaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glo·baal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen globaal globaler meest globaal
verbogen globale globalere meest globale

Bijvoeglijk naamwoord

globaal

  1. niet in bijzonderheden afdalend, ongedetailleerd, ongeveer, benaderend
    De inspecteur begon met een globale schouw.
    Bijgevoegd is een globale raming van de kosten.
  2. (Vlaams) volledig, totaal, compleet
    De partij wil een globaal plan voor de verkeersveiligheid voor de hele gemeente.
  3. wereldwijd, mondiaal
    Het bedrijf reorganiseert om in de globale markt nog een rol te kunnen spelen.
    globaal bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Opmerkingen

Door de verschillende betekenissen kunnen zinnen met 'globaal' dubbelzinnig zijn.[2][3]

Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. taaladvies.net: Globaal (inkomen)
  3. taaladvies.net: Globaal / mondiaal