glimt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glimt

Werkwoord

vervoeging van
glimmen

glimt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glimmen
    • Jij glimt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van glimmen
    • Hij glimt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van glimmen
    • Glimt! 


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • glimt
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 5820
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   glimt     glimtet     glimt     glimta
glimtene  
genitief   glimts     glimtets     glimts     glimtas
glimtenes  

Zelfstandig naamwoord

glimt, o [1]

  1. (meteorologie) bliksem, flits
  2. een vluchtige blik
  3. glimp, vleugje, zweem
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen
  1. Het zelfstandige naamwoord 'glimt' is sinds 2020 alleen van het onzijdige geslacht. De vóór 2020 geldige mannelijke woordvormen zijn sinds het jaar 2020 vervallen. Rettskrivningsvedtak etter 2012 (taalhervorming)

Verwijzingen

  1. NAOB Det Noorske Akademis Ordbok: glimt

Zelfstandig naamwoord

glimt

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van glimt


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • glimt
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   glimt     glimtet     glimt     glimta  

Zelfstandig naamwoord

glimt, o [1]

  1. (meteorologie) bliksem, flits
  2. een vluchtige blik
  3. glimp, vleugje, zweem
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen
  1. Het zelfstandige naamwoord 'glimt' is sinds 2020 alleen van het onzijdige geslacht. De vóór 2020 geldige mannelijke woordvormen zijn sinds het jaar 2020 vervallen. Rettskrivningsvedtak etter 2012 (taalhervorming)

Zelfstandig naamwoord

glimt

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van glimt