glijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glij·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zich met weinig wrijving voortbewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glijden
gleed
gegleden
klasse 1 volledig

Werkwoord

glijden

  1. ergatief met geringe wrijving gericht voortschuiven
    • Ze waren op hun sleetje van het talud gegleden. 
  2. inergatief op een glijbaan spelen
    • Hij heeft maar een klein stukje gegleden. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen