glansrijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glans·rijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen glansrijk glansrijker glansrijkst
verbogen glansrijke glansrijkere glansrijkste
partitief glansrijks glansrijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

glansrijk

  1. met veel eer en roem
    • Onze kampioen behaalde een glansrijke overwinning op al zijn rivalen. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.