gisten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
gisten gistend
gisting gegist


Woordafbreking
  • gis·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gisten
gistte
gegist
zwak -t volledig

Werkwoord

gisten

  1. ergatief een proces van fermentatie ondergaan
    • Als het druivensap gegist is, ontstaat er wijn. 
  2. overgankelijk een proces van fermentatie doen ondergaan
    • De vino frizzante wordt gegist in ijzeren tanks en de spumante wordt na gisting in de tanks nog aanvullend gegist in de fles. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
gissen

gisten

  1. meervoud verleden tijd van gissen
    • Wij gisten. 
    • Jullie gisten. 
    • Zij gisten. 

Zelfstandig naamwoord

gisten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gist