gilt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gilt

Werkwoord

vervoeging van
gillen

gilt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gillen
    • Jij gilt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gillen
    • Hij gilt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van gillen
    • Gilt!