gijzeling
Uiterlijk
- gij·ze·ling
- Naamwoord van handeling van gijzelen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gijzeling | gijzelingen |
| verkleinwoord | - | - |
de gijzeling v
- het gevangen houden of nemen van iemand ten einde iets af te dwingen
- De gijzeling kwam door militair ingrijpen ten einde.
- iemand in gijzeling houden
- De man die sinds maandagmorgen half 10 mensen in gijzeling heeft gehouden in de Rembrandttoren in Amsterdam, is dood.
1. het gevangen houden of nemen van iemand ten einde iets af te dwingen
iemand in gijzeling houden
|
- Het woord gijzeling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gijzeling" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %