gijl

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gijl.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gijl
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gijl -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gijl o

  1. (voeding) (verouderd) wort dat bij het brouwen van bier in het eerste stadium van gisting eerst nog heftig borrelt
    • (…) eer het Gijl ten vollen gevaat zal zijn (…) [5]
  2. (voeding) (verouderd) de eerste gisting bij het brouwen van bier (in het vat)
    • De Heeren Staaten Generaal hebben, op den 1 Maart 1584 (b) vastgesteld eene Ordonnantie, (…): dat a11e de Brouwers binnen de geünieerde Provinciën gehouden zouden zijn te betaalen twee stuivers van elke tonne Biers (…) die zij brouwen zullen, het zij grove of kleine Bieren, zoo die uit het Gijl komen, gevaat of bij maniere van aanbrouwen gebroken, of aan kleinder en van minder peil gemaakt worden; [6]
  3. (voeding) (verouderd) gist dat bij het bereiden van bier ontstaat tijdens het eerste stadium van gisting
    • (…) dat de Brouwer geen Gijl weder zal mogen laaten dobbelen of werken, eer het voorgaande is voldaan, (…) [7]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Zelfstandig naamwoord

gijl o

  1. (medisch) (verouderd) chylus, maagmelksap
    • (…) dat het lichaam uit de beste tot het koken bekwame spyzen en dranken geen goede gijl meer kan maaken, (…) [9]
Schrijfwijzen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gijl gijler gijlst
verbogen gijle gijlere gijlste
partitief gijls gijlers -

Bijvoeglijk naamwoord

gijl o

  1. (voeding) gistend (van bier, tijdens de eerste gisting bij het brouwen)
    • dat is gijl bier [10]
Gelijkklinkende woorden

Gangbaarheid

Verwijzingen