gifler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gifler
/ʒifle/
giflais
/ʒiflɛ/
giflé
/ʒifle/
eerste groep volledig

Werkwoord

  1. overgankelijk een kaakslag, klap in het gezicht geven
    «Le chef de l'Etat s'approchait de la foule rassemblée derrière des barrières lorsqu'un homme a hurlé le cri de guerre royaliste "Montjoie Saint Denis!" ainsi que "A bas la macronie, avant de gifler le président de la République.»[2]
    Het staatshoofd stapte op de menigte af die zich achter dranghekken had verzameld toen een man de koningsgezinde strijdkreet "Montjoie Saint Denis!" en "Weg met Macronië" riep, alvorens de president van de Republiek een klap te geven.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron gifler in: Trésor de la langue française informatisé op cnrtl.fr
  2. Bronlink Weblink bron “Emmanuel Macron giflé par un homme qui a crié "A bas la Macronie !", deux interpellations” (08/06/2021) op ladepeche.fr