gezalfde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zalf·de
Woordherkomst en -opbouw
  • zelfstandig gebruik van het voltooid deelwoord van zalven[1]

Werkwoord

vervoeging van: zalven…
verbogen vorm: gezalfdee

gezalfde

  1. verbogen vorm van gezalfd, voltooid deelwoord van zalven
enkelvoud meervoud
naamwoord gezalfde gezalfden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gezalfde m

  1. (religie) (Jiddisch-Hebreeuws) joods hogepriester (omdat die met wat zalfolie tot dat ambt werd gewijd)[2]
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) koning van de Joden (omdat die met wat zalfolie tot dat ambt werd gewijd)[3]
  3. (religie) (Jiddisch-Hebreeuws) (bij uitbreiding) brenger van heil, profeet, messias
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen