gewelfsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·welf·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gewelfsel gewelfsels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gewelfsel o [1]

  1. (bouwkunde) gebogen zoldering
  2. ruimte met een gebogen zoldering
Synoniemen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen