geweerschutter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·weer·schut·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geweerschutter geweerschutters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geweerschutter m

  1. iemand die projectielen afschiet door een draagbaar, met beide handen bediend wapen met een lange loop
    1. (militair) soldaat van de landmacht
       Vroeger kon Defensie jaarlijks de meest geschikten selecteren uit een bestand van 90.000 jonge mannen. Nu is men geheel afhankelijk van het aanbod op de arbeidsmarkt. Een ingenieur als geweerschutter, zoals voorheen wel voorkwam, behoort voorgoed tot het verleden.[1]
    2. (sport) beoefenaar van bepaalde onderdelen van de schietsport
       Gagan Narang uit India heeft zoals menig ander geweerschutter een complete constructie om zijn hoofd heen gebouwd die moet leiden tot een optimaal zicht en concentratie bij de schietsport.[2]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 26 mei 2021 Weblink bron M. van den Doel “Langharige militair met oorring straalt nu eenmaal geen gezag uit” (31 juli 1996) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 26 mei 2021 Weblink bron Jules Seegers “De beste foto’s van dag 3 van de Olympische Spelen : Knip- en plakwerk” (30 juli 2012) op nrc.nl