gevorderd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vor·derd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: vorderen…
verbogen vorm: gevorderde

gevorderd

  1. voltooid deelwoord van vorderen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevorderd gevorderder gevorderdst
verbogen gevorderde gevorderdere gevorderdste
partitief gevorderds gevorderders -

Bijvoeglijk naamwoord

gevorderd

  1. niet meer een beginneling zijnde
    • De gevorderde leerling mocht voor het eerst optreden in de schouwburg. 
  2. niet meer aan het begin van iets zijn
    • Hij was al op gevorderde leeftijd toen bij piano begon te spelen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be