gevorderd
Uiterlijk
- ge·vor·derd
| vervoeging van: | vorderen… |
| verbogen vorm: | gevorderde |
gevorderd
- voltooid deelwoord van vorderen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gevorderd | gevorderder | gevorderdst |
| verbogen | gevorderde | gevorderdere | gevorderdste |
| partitief | gevorderds | gevorderders | - |
gevorderd
- niet meer een beginneling zijnde
- De gevorderde leerling mocht voor het eerst optreden in de schouwburg.
- niet meer aan het begin van iets zijn
- Hij was al op gevorderde leeftijd toen bij piano begon te spelen.
- Het woord gevorderd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gevorderd" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be