gevlij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gevlei

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vlij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevlij -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gevlij o

  1. comfortabele nabijheid, in: in het ~ in goede persoonlijke verhouding, in de gunst
    • Hij slaagde erin bij haar in het gevlij te komen en dit was het begin van een amoureus avontuur. 
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be