gevieren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vie·ren
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

gevieren

  1. met het aantal van vier, vier samen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Verwijzingen