gevierd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vierd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
vieren

gevierd

  1. voltooid deelwoord van vieren
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gevierd gevierder gevierdst
verbogen gevierde gevierdere gevierdste
partitief gevierds gevierders -

Bijvoeglijk naamwoord

gevierd

  1. door veel mensen bewonderd
    • De gevierde schrijver hield een lezing in de bibliotheek. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen