geveltoerist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vel·toe·rist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geveltoerist geveltoeristen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geveltoerist m

  1. inbreker die zich toegang probeert te verschaffen door langs gevels omhoog te klimmen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.