geuze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geu·ze
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘biersoort’ voor het eerst aangetroffen in 1924 [1]
  • van Duits Gose, een soort witbier die oorspronkelijk uit Goslar komt [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord geuze geuzen
geuzes
verkleinwoord geusje
geuzetje
geusjes
geuzetjes

Zelfstandig naamwoord

geuze m

  1. (drinken) zwaar Belgisch bier, bereid door lambiek op flessen circa een jaar te laten nagisten
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

geuze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van geus (verouderd)
    • (…)terwijl de Synode van Dordrecht onvermijdelijk het geuze Trente heet. [3]

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen