geusje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geus·je

Zelfstandig naamwoord

geusje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord geus
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord geuze