getrouwe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·trou·we

Bijvoeglijk naamwoord

getrouwe

  1. verbogen vorm van de stellende trap van getrouw

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.