getrouwd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·trouwd
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen getrouwd
verbogen getrouwde
partitief getrouwds

Bijvoeglijk naamwoord

getrouwd

Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
trouwen

getrouwd

  1. voltooid deelwoord van trouwen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie