gesteun

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·steun
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gesteun
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gesteun o [1]

  1. een voortdurend klagend, zuchtend, steunend geluid maken als tegen van vermoeidheid en ontevredenheid
    • Geen kapotgemediatrainde quotes, geen onnavolgbare tactische beschouwingen, geen gezucht en gesteun bij een vervelende vraag. Soms gaf hij een antwoord zo gecompliceerd, dat je er nog dagen op kunt kauwen, soms had hij aan een paar woorden genoeg. [2] 
    • De PVV'ers die de afgelopen dagen zijn opgestapt, hebben de uitspraken van Geert Wilders over Marokkanen aangegrepen om de partij de rug toe te keren. 'Ik hoorde al langer gezucht en gesteun onder PVV'ers. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen