gespaard
Uiterlijk
- ge·spaard
| vervoeging van: | sparen… |
| verbogen vorm: | gespaarde |
gespaard
- voltooid deelwoord van sparen
- ▸ Hij had jaren gespaard om de PCT te kunnen lopen en – ook al miste hij zijn dochter – niks kon hem tegenhouden om Canada te bereiken.[1]
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | gespaard |
| verbogen | gespaarde |
| partitief | gespaards |
gespaard
- bespaard, bezuinigd, ontzien, toegeeflijk geweest voor, uitgespaard, uitgewonnen, uitgezuinigd
1.
- Het woord gespaard staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
