geslotenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·slo·ten·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geslotenheid geslotenheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geslotenheid v [1]

  1. de mate waarin men weinig of niet bereid is te communiceren met de buitenwereld
     En voor het eerst merkte Sonja dat er uit haar stille zuivere liefde voor Nicolas ineens een hartstochtelijk gevoel begon te groeien dat boven alle regels en deugden en religie stond; en onder invloed van dit gevoel gaf Sonja, die door haar afhankelijke leven onwillekeurig tot geslotenheid was geneigd, de gravin slechts in algemene en onbestemde bewoordingen antwoord, waarna ze een gesprek met haar uit de weg ging en besloot een weerzien met Nikolaj af te wachten om hem tijdens dat weerzien niet zijn vrijheid te hergeven, maar zich juist voor altijd aan hem te binden.[2]
     De 58-jarige Cullen stierf als gevolg van uitgezaaide baarmoederhalskanker, die te laat was ontdekt in het UMCU. De vrouw streed na de te late diagnose jarenlang tegen de geslotenheid van het Utrechtse ziekenhuis. Volgens Cullen ging het ziekenhuis op een onpersoonlijke wijze met haar om als patiënte.[3]
  2. iets dat men geheim houdt
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Leo Tolstoj op Wikipedia “Oorlog en Vrede” (1869), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028251151
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron “Weduwnaar medisch activist Adrienne Cullen ontmoet koning, noemt hem dapper” (17-06-2019), NOS