geslachtelijkers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·slach·te·lij·kers

Bijvoeglijk naamwoord

geslachtelijkers

  1. partitief van de vergrotende trap van geslachtelijk
    • Dat is iets geslachtelijkers...