gesjareld
Uiterlijk
- ge·sja·reld
- (Belgisch-Nederlands), pseudodeelwoord afgeleid van sjarel zn met het omvoegsel ge- -d [1]
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | gesjareld |
| verbogen | gesjarelde |
| partitief | gesjarelds |
gesjareld
- (informeel) door bedrog benadeeld
- ▸ In de eerste aflevering trek je naar Albanië, waar je al eens geweest was voor de liftopdracht in ‘Wauters vs. Waes’. Eigenlijk was je toen dubbel gesjareld: je verloor de opdracht én je had de tijd niet om van het land te genieten.[2]
- Het woord 'gesjareld' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Ludo Permentier & Rik Schutz“Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, gesjareld
- ↑ Humo in: Ludo Permentier & Rik SchutzTypisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, gesjareld
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Pseudodeelwoorden in het Nederlands
- Omvoegsel ge- -d in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal