geschut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schut
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geschut -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geschut o

  1. (militair) (gewoonlijk zwaar) oorlogsmateriaal waarmee projectielen kan worden geschoten
    • Zij slaagden er eindelijk in het vijandige geschut het zwijgen op te leggen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schutten

geschut

  1. voltooid deelwoord van schutten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Meer informatie