geschift

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schift
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geschift geschifter geschiftst
verbogen geschifte geschiftere geschiftste
partitief geschifts geschifters -

Bijvoeglijk naamwoord

geschift

  1. gek, malende, getikt
    • Volgens mij was die politicus totaal geschift maar die mening werd niet door alle mensen gedeeld. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: schiften…
verbogen vorm: geschifte

geschift

  1. voltooid deelwoord van schiften

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be