geschift

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schift
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geschift geschifter geschiftst
verbogen geschifte geschiftere geschiftste
partitief geschifts geschiftsers -

Bijvoeglijk naamwoord

geschift

  1. gek, malende, getikt
    Volgens mij was die politicus totaal geschift maar die mening werd niet door alle mensen gedeeld.

Werkwoord

vervoeging van
schiften

geschift

  1. voltooid deelwoord van schiften