geschift

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schift
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geschift geschifter geschiftst
verbogen geschifte geschiftere geschiftste
partitief geschifts geschifters -

Bijvoeglijk naamwoord

geschift

  1. gek, malende, getikt
    • Volgens mij was die politicus totaal geschift maar die mening werd niet door alle mensen gedeeld. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schiften

geschift

  1. voltooid deelwoord van schiften

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.