geschater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

0:55 geschater
Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·scha·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geschater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geschater o [1]

  1. aanhoudend luid lachen
    • In een gedicht over zijn oma vertelt hij dat ze altijd een hoed droeg, en dat ze „bulderde als ze lachte.” In de laatste regels bedenkt hij wat er met de herinneringen aan haar gebeurt wanneer hijzelf overlijdt: „Als het mijn tijd is, weet niemand het meer,/ heb ik de laatste echo’s gehoord van/ haar volle geschater ./ Wat ze verborg in haar hoed werd pas/ later bekend, na haar dood.” Ik wijs terzijde even op het rijmen van ”geschater” en ”later” - een voorbeeld van het verrassende rijm van Holtrigter. [2] 
    • Per sessie krijgt de groep zo'n 300 tot 400 foto's opgestuurd. Een gekke groepsfoto, een foto dat Toska een trouwboeket over haar schouder gooit, nog een foto met de telefoon voor de mannen thuis. Tina is al getrouwd, maar haar man appt nu: Zullen we het nog eens overdoen?! Geschater en gelach alom. [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad Gert van de Wege 27-03-2002 Wat oma verborg in haar hoed
  3. Tubantia Jette Pellemans 20-02-17 Say Yes To The Dress - of je nu trouwt of niet