geruststellend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rust·stel·lend

Werkwoord

vervoeging van
geruststellen

geruststellend

  1. onvoltooid deelwoord van geruststellen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geruststellend geruststellender geruststellendst
verbogen geruststellende geruststellendere geruststellendste
partitief geruststellends geruststellenders -

Bijvoeglijk naamwoord

geruststellend

  1. iets is geruststellend als het er voor zorgt dat je niet bang of ongerust hoeft te zijn
    • Het is een geruststellend idee dat we nog was geld op de bank hebben staan voor onverwachte uitgaven. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.