Naar inhoud springen

gerucht

Uit WikiWoordenboek
  • ge·rucht
  • ww vervoeging van ruchten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt
enkelvoud meervoud
naamwoord gerucht geruchten
verkleinwoord geruchtje geruchtjes

hetgeruchto

  1. lawaai; een klein geluid
    • Het was in het tuintje stampvol zacht gerucht van allerlei groeisel bewegend in een zwakke nachtwind. [4]
  2. een mededeling of nieuwtje dat de ronde doet maar nog niet bevestigd is, zodat je niet zeker bent of het waar is
     Het gerucht ging dat ze fout waren geweest in de oorlog, nsb'ers.[5]
    • "Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan" is een lied over een gerucht. 
     Zoiets kon niet, zeker niet in een tijd dat het gerucht ging dat het dorp een supermarkt zou krijgen die zou gaan stunten met prijzen.[6]
     Welke geruchten over de oorlog in Oekraïne gaan er rond?[7]
vervoeging van: ruchten…
verbogen vorm: geruchte

gerucht

  1. voltooid deelwoord van ruchten
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. gerucht op website: Etymologiebank.nl
  3. "gerucht" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  4. blz 313, Verzameld werk deel 7
    door Ferdinand Bordewijk
    Uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar, 1985 ISBN 90-236-6693-3
  5. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  6. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 juni 2022 Weblink bron “Nepvideo's van 'overgave' Poetin en Zelensky zijn weinig overtuigend” (28 juni 2022), NU.nl
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be