Naar inhoud springen

germe

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  germe     le germe     germes     les germes  

germe m

  1. (beschrijvende plantkunde) (landbouw) zaad
  2. (figuurlijk) beginsel; oorsprong; kiem
  3. (medisch) schadelijk micro-organisme
vervoeging van
germer

germe

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van germer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van germer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van germer