geriefelijkers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rie·fe·lij·kers

Bijvoeglijk naamwoord

geriefelijkers

  1. partitief van de vergrotende trap van geriefelijk
    • Dat is iets geriefelijkers...