geriefelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rie·fe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geriefelijk geriefelijker geriefelijkst
verbogen geriefelijke geriefelijkere geriefelijkste
partitief geriefelijks geriefelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

geriefelijk

  1. heel comfortabel en prettig
    • Hij woonde in een geriefelijke woning 
Verwante begrippen
Antoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.