geriatrisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ri·a·trisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geriatrisch geriatrischer
verbogen geriatrische geriatrischere
partitief geriatrisch geriatrischers -

Bijvoeglijk naamwoord

geriatrisch

  1. (medisch) met betrekking tot de medische zorg voor de oudere mens
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.