gerenoek
Uiterlijk
- ge·re·noek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gerenoek | gerenoeks |
| verkleinwoord | - | - |
- (evenhoevigen) soort antilope in Oost-Afrika met een lange nek Litocranius walleri
- Wie hoorde ooit van een gerenoek of zag er een in 'n diergaarde? [2]
- Het woord gerenoek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gerenoek" herkend door:
| 6 % | van de Nederlanders; |
| 4 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ gerenoek op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "De gerenoek" in: Limburger Koerier jrg. 93 nr. 71 (25 maart 1938); p. 7 kol. 5; geraadpleegd 2016-08-08 (mogelijk oudste vermelding)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Evenhoevigen in het Nederlands
- Zoogdieren in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 6 %
- Prevalentie Vlaanderen 4 %