gerasp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rasp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gerasp
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gerasp o [1]

  1. aanhoudend of langduriger een schurend geluid maken
    • Een wonderlijke uitzondering was Curve of the Shadow van Huang Ro, een dubbelconcert voor sheng (mondorgel) en zeng (citer). Tussen de overdaad aan ideeën zitten prachtige momenten: donker gezongen mantra's door de musici, hoketus-achtige passages, en een sterk slot met gerasp over de pianosnaren. Het is op een intrigerende manier onbehouwen, en Ro maakte dus eigenlijk als enige echt nieuwsgierig naar zijn toekomstige ontwikkeling. [2] 
    • Dusapins meest zwartgallige werk, La Melancholia, werd vrijdag in het Muziekgebouw aan ’t IJ gekoppeld aan op John Dowland gebaseerde muziek van Hollandse bodem. Een door Guus Janssen georkestreerde suite werkte bevreemdend: neergaande lijnen worden met geklop en gerasp in partjes opgedeeld, de zangstem verdrievoudigd. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen