geranium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ra·ni·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1861 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord geranium geraniums
verkleinwoord geraniumpje geraniumpjes

Zelfstandig naamwoord

geranium v/m

  1. Sierplanten geslacht uit de Ooievaarsbekfamilie
    • Achter de geranium zitten (nooit het huis verlaten). 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen