geporteerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·por·teerd
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘op hebbend met’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1762 [1]
  • vervoeging van porteren: de stam met omvoegsel ge- -d
  • uit het Frans; afleiding van porteren [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geporteerd geporteerder geporteerdst
verbogen geporteerde geporteerdere geporteerdste
partitief geporteerds geporteerders -

Bijvoeglijk naamwoord

geporteerd

  1. enthousiast, ergens voorstander van zijn
    • ,,Dat is mijn uitgangspunt. De dj als hogepriester die zijn publiek meeneemt, in trance, bijna hypnotiserend. Nooit lacherig, maar geconcentreerd, ingetogen, met een soort religieuze toewijding.’’ Op de foto’s zien we de armen omhoog, de ogen gesloten. Andreas Blühm, directeur van het Groninger Museum, was zeer geporteerd van de foto’s. [3] 
    • Jacobi kwam bij haar bezoek vertellen, dat ze na haar vorige bezoek aan Vroomshoop contact heeft opgenomen met de ministers G. Verburg (Landbouw) en J. Cramer (Milieu). Beide ministers hebben inmiddels de Tweede Kamer een brief geschreven, waaruit blijkt dat Verburg geporteerd is voor agrarische gezinsbedrijven die grondgebonden zijn. [4] 
    • Uit onderzoek van de Euregio naar de behoefte aan grensoverschrijdende zorg bleek vorig jaar dat niet alleen patiënten geporteerd zijn voor een behandeling in Enschede maar ook hun verwijzers. [5] 

Werkwoord

vervoeging van: porteren…
verbogen vorm: geporteerde

geporteerd

  1. voltooid deelwoord van porteren

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen