gepland

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·pland
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gepland
verbogen geplande
vervoeging van
plannen

gepland voltooid deelwoord van plannen

  1. vormt de voltooide tijden
    • De oppositie had een grote protestdemonstratie gepland, maar zei die om veiligheidsredenen te hebben afgelast. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Het krijgen van kinderen wordt steeds meer gepland. 
  3. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    • De afspraak is voor volgende week gepland. 
  4. attributief gebruikt
    • Mijn belangrijkste taak is de registratie van geplande en acute opnamen. 

Gangbaarheid