gepassioneerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·pas·si·o·neerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gepassioneerd gepassioneerder gepassioneerdst
verbogen gepassioneerde gepassioneerdere gepassioneerdste
partitief gepassioneerds gepassioneerders -

Bijvoeglijk naamwoord

gepassioneerd

  1. met veel emotie
    • De leerling hield een gepassioneerd betoog tegen de leraar om toch maar een voldoende voor zijn proefwerk te krijgen.  
  2. met veel liefde
     Toen ze elkaar opnieuw kusten, gepassioneerd en heftig, slechts een meter van haar bed, voelde hij zich gelukkig.[1]
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van: passioneren…
verbogen vorm: gepassioneerde

gepassioneerd

  1. voltooid deelwoord van passioneren

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Blauwe ster” (2016), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628265
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be