geodeet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geo·deet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geodeet geodeten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geodeet m

  1. (beroep) iemand die de geodesie beoefent
  2. (aardrijkskunde) kortste verbinding tussen twee punten op een bol (een grootcirkel)
  3. (wiskunde) kromme die de afstand tussen twee punten minimaliseert in een gekromde ruimte
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
21 % van de Vlamingen.