genetisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen genetisch genetischer
verbogen genetische genetischere
partitief genetisch genetischers -

Bijvoeglijk naamwoord

genetisch

  1. gerelateerd aan de erfelijkheid
    • Haarkleur is een eigenschap die genetisch bepaald is. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen