generaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·raal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord generaal generaals
verkleinwoord generaaltje generaaltjes

Zelfstandig naamwoord

generaal m

  1. (militair) (beroep) iemand met de hoogste rang die het bevel heeft over een leger [1]
    • De koning riep zijn generaals bijeen om de komende veldtocht te bespreken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen generaal generaler generaalst
verbogen generale generalere generaalste
partitief generaals generalers -

Bijvoeglijk naamwoord

generaal

  1. algemeen [2]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl