geneerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·neer·de

Werkwoord

vervoeging van
generen

geneerde

  1. enkelvoud verleden tijd van generen
    • Ik geneerde. 
    • Jij geneerde. 
    • Hij, zij, het geneerde.