gemor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gemor -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gemor o

  1. een uiting van ontevredenheid, ongenoegen of ergernis
    • Ondanks gemor van verschillende aandeelhouders krijgt de top van bierbrouwer H. een hoger salaris. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.